Vijfentwintig jaar geleden werkten we met de overheadprojector. Er waren speciale bedrijfjes die dia’s maakten en van powerpoint had nog nooit iemand gehoord. Trainingsoefeningen duurden uren en dat was heel gewoon. Maar de tijden zijn veranderd en mensen zonder smartphone zijn eerder uitzondering dan regel.

OHP

Je kunt er natuurlijk voor kiezen om voor de klas te staan, mobieltjes in te nemen en op de oude voet verder gaan. Wat niet kapot is, moet je niet willen repareren, zou je kunnen denken. Jammer genoeg gaat de vergelijking niet op.

We leven namelijk in een VUCA-wereld. De letters staan voor volatility, uncertainty, complexity en ambiguity. Vrij vertaald leven we dus in een turbulente, onzekere, complexe en wereld.

  • volatile, turbulent: de snelheid waarmee veranderingen zich voordoen is enorm toegenomen.
  • uncertain, onzeker: we kunnen niet zeker zijn van wat er zich in het heden afspeelt (banken vallen om, gaat Griekenland wel of niet uit de Euro etc)
  • complex: je kunt niet eenvoudige beslissingen nemen, alles hangt met elkaar samen en
  • ambiguous, dubbelzinnig: gebeurtenissen zijn niet meer te labelen als ‘goed’ of ‘fout’

Denken dat je kunt blijven doen wat je altijd deed is een illusie. De wereld verandert, je deelnemers veranderen en ook qua leren verandert er veel en in een rap tempo.

Alle ontwikkelingen in sneltreinvaart hebben ook een positieve zijde: dingen die je voor onmogelijk hield kun je nu gemakkelijk doen. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat deelnemers op ieder moment films zouden kunnen maken of bekijken over situaties die met hun werk te maken hebben?

In Amerika wordt jaarlijks de ATD gehouden, een conferentie met ongeveer 10.000 deelnemers uit de hele wereld. Sprekers delen de nieuwste inzichten en soms ook bekende inzichten in een nieuw jasje.

De vijf belangrijkste trends in leren die in 2015 genoemd werden, waren:

Trend 1: M-learning: mobile learning en micro-learning

E-learning is heel gewoon, maar m-learning is in opmars. Nu veel mensen in bezit zijn van smartphones en tablets, kunnen de stemkastjes met pensioen. Het aardige van deze middelen, is dat je met grote groepen interactie kunt hebben. Maar ook met kleine trainingsgroepen kun je mobiel leren toepassen. BYOD betekent bring your own device: op je tablet laad je de powerpointpresentatie en je kunt er direct notities mee maken. Maar ook allerlei andere opdrachten kun je mobiel uitvoeren.mobile_learning
De tweede m staat voor micro: het is een trend om trainingsstof in kleinere eenheden te knippen. Wie per keer een halfuurtje kan vrij maken, kan oefenen met de trainingsstof, iets nalezen of een opdracht maken. Voordeel: er hoeft een stuk minder gereisd te worden. Daarnaast blijkt het prima te werken om trainingsinhoud in kleine brokjes te verdelen. De bijeenkomsten zelf kunnen dan ingevuld worden met casuïstiek en oefenen met echte in plaats van virtuele personen.

Trend 2: Social Learning: social en samen

Ook deze trend is eigenlijk tweeledig. De verwijzing naar social media en digitale educatie is duidelijk. Maar er is nog een andere component: leren doe je niet in je eentje. Met een maatje, een mentor en intervisiegroep zorg je voor borging van het geleerde. Het gaat dan nog steeds om het leerproces van de individuen. Maar social learning is meer dan dat: het gaat ook om samenwerken, samen problemen oplossen. Niet iedereen hoeft alles te kunnen, er wordt steeds meer ingezet op talenten.

ballet teacher

De kunst afkijken hoort ook bij social learning

Social learning is een term afkomstig van Albert Bandura. Hij erkende de waarde van het observeren van gedrag van anderen. Afkijken dus als leermethode. Hoewel het nog niet bewezen is, lijken spiegelneuronen verantwoordelijk voor deze manier van leren. Bandura onderscheidt drie stimulerende factoren: live model (iemand die iets voordoet, al dan niet bewust), mondelinge instructie en voorbeelden vanuit de media, films, tv, internet en literatuur inbegrepen.

Trend 3: On-the-joblearning

Op het werk leer je door ervaren collega’s te ‘bestuderen en imiteren’, door veel vragen te stellen en door actief en bewust na te denken over mogelijkheden en risico’s van bepaalde handelingen. Verder leer je door te reflecteren op fouten en door te blijven experimenteren. Raad vragen en evalueren zijn ook zeer geschikt voor leren on the job. Tot slot wordt trial by fire genoemd als een goede manier om te leren. Niemand weet eigenlijk wat te doen, maar er moet iets gebeuren. On-the-joblearning is geschikt voor nieuwe medewerkers of nieuwe taken. Maar ook voor wie nieuw gedrag wil oefenen of ingesleten patronen wil doorbreken kan de bovengenoemde strategieën benutten.Naast on-the-job-learning zie je ook steeds meer tijd- en plaatsonafhankelijk leren. Dit past weer bij Het Nieuwe Werken.

Trend 4: Video Learning

Leren van en met video is ook een grote trend. Je hebt er geen camera van duizenden euro’s voor nodig om een video te maken die waardevol is. Eindexamenkandidaten op de middelbare school zoeken films van leraren die goed kunnen uitleggen, en er zijn talloze films die als inspiratiebron voor een training kunnen dienen. Comedy, natuurfilms, blockbusters en commercials zijn allemaal oefenmateriaal in spe. En deelnemers kunnen ook zelf hun steentje bijdragen door opnames te maken van zichzelf, of een filmpje in plaats van een geschreven verslag.

ted-talks-education

Behalve dat het een onstuitbare trend is om video in te zetten voor leren en ontwikkelen, ontwikkelt het medium zelf ook razendsnel. Films hoeven niet meer per se met dure apparatuur opgenomen te worden. Docenten nemen zichzelf op terwijl ze informatie uitleggen, en er zijn allerlei cursussen (MOOC’s) en lezingen (TED-talks) beschikbaar. Belangrijk is dat de films veel en veel korter zijn dan voorheen. Ook worden veel meer animaties en effecten gebruikt om de video’s te verlevendigen.

mooc

Trend 5: Learning analytics

Big brother is watching you. Op basisscholen is een leerlingvolgsysteem de gewoonste zaak van de wereld. Van kleuter tot CITO-toets worden de prestaties bijgehouden. Learning analytics is het meten, verzamelen, analyseren en rapporteren van en over data van deelnemers. Doel is het leren te optimaliseren door terugkoppeling op maat te kunnen geven. Zo is zichtbaar hoe deelnemers zich tot elkaar verhouden, kun je zien of iemand toe is aan een volgend niveau is het makkelijker individuele ondersteuning te bieden. Zelfs met een eenvoudige quiz via Socrative, kun je als trainer direct zien hoe iedereen (als individu en als groep) gescoord heeft. Daar kun je je training weer op aanpassen.
Veel opleiders werken inmiddels met elektronische leeromgevingen en kunnen zien wie een opdracht heeft ingeleverd en feedback geven. Ook onderling kunnen deelnemers elkaar vragen stellen, samenwerken en ondersteunen. Door bij oefeningen ook het juiste antwoord te geven, kunnen de deelnemers blijven leren.

Los van deze trends, komt er ook meer aandacht voor de verpakking. Het was nog nooit zo makkelijk om een schitterende presentatie of infographic te maken om droge stof aantrekkelijk te brengen.

Meer weten of mogelijkheden van digitaal leren vind je in de blog Let’s get digital.

Wil je deze blog delen? Dat kan, graag zelfs. Maar je ook je reactie is welkom. Wat kun jij/doe jij met deze trends?

Laat een reactie achter