De goochelaar als inspiratiebron

Ooit geld verloren met balletje-balletje? Deze goocheltruc van meer dan 2000 jaar oud weet nog altijd mensen in ongeloof en verbijstering achter te laten – en met een lege portemonnee. Want je denkt dat je weet waar het balletje zit, en dat blijkt dus niet zo te zijn. En dat is meteen de eerste les die we kunnen leren: geloof niet alles wat je ziet of wat je denkt. Maar goochelen heeft meer te bieden voor trainers, geloof me maar…

Aanleiding van dit artikel was een bezoek aan Studium Generale van de universiteit in Wageningen, waar Tilman Andris optrad. Hij heeft de ongebruikelijke combinatie van filosoof en illusionist. Hij noemt zichzelf een eerlijke leugenaar. Onderscheid met een charlatan is dat de laatste je wereldbeeld wil veranderen –er is een universum met geheime krachten. De illusionist toont eerst aan dat iets niet kan en demonstreert dit vervolgens doodleuk. Om gek van te worden.

Filosoof en illusionist Tilman Andris

Uit de lezing van Tilman Andris wil ik twee zaken naar voren halen die we goed kunnen gebruiken in trainingen of andere bijeenkomsten waar groepen bij betrokken zijn.

Inspiratiebron 1:

De klassieke act met ringen

We zien metalen ringen, die gesloten zijn. We trekken vervolgens de conclusie dat deze ringen niet in elkaar geschoven kunnen worden. Maar dan gebeurt het toch. Alles komt in verzet, dit kan niet!

Wat erachter zit:  Beredeneringen en aannames

  • we nemen waar met onze zintuigen
  • en trekken hieruit conclusies
  • vervolgens botst dit met de realiteit, er ontstaat cognitieve dissonantie
  • we willen het rechtbreien, in orde maken

Waarom is dit didactisch interessant?

  • door een illusie te presenteren, laat je deelnemers zien dat hun waarheid niet per definitie de enige waarheid is. Deelnemers kunnen hierdoor open staan voor andere meningen en ideeën. Ze begrijpen dat er ook anders naar gekeken kan worden. En dat is niet alleen handig voor communicatieve vaardigheden.
  • mensen willen een kloppend plaatje. Doordat het niet lijkt te kloppen, gaat de adrenaline stromen en zitten ze op het puntje van hun stoel. Het brein is actief en gemotiveerd. Daar waar de goochelaar ons ontzet achterlaat, zullen wij als trainer ons punt maken.
  • de act met de ringen is makkelijk in te prenten: door een krachtige metafoor blijft de boodschap heel goed hangen.

Inspiratiebron 2:

Technieken die illusionisten toepassen

1 Misleiding en coördinatie

De aandacht wordt gericht op iets, bijvoorbeeld een kaartspel op tafel en ondertussen wordt er tegelijkertijd iets weggemoffeld. Alle aandacht gaat naar de ‘dominant action’.

Waarom is dit didactisch interessant?

Je focust de aandacht daar waar je het wilt hebben. Dat kunnen wij ook (meer) doen. Dus ook onze deelnemers niet afleiden met zijpaadjes of te veel voorbeelden.

2 In transit-handelingen

De illusionist doet alsof hij jeuk heeft maar wil eigenlijk zijn goede hand vrijmaken om straks de zakdoek te laten verdwijnen. In transit-handelingen zijn dus voorbereidingen op het grote werk.

Waarom is dit didactisch interessant?

Als trainer kun je ook voorbereidende handelingen verrichten door het lokaal vast in te richten, spullen klaar te zetten. Maar ook als de deelnemers aan het werk zijn met een opdracht of in subgroepen, kun jij je vast voorbereiden op het volgende onderdeel. Dit is ook het moment om ongemerkt je aantekeningen door te nemen.

In transit-handeling

3 Simulatie

Langs de oude spoorwegen in Amerika kon je stapels speelkaarten vinden. Professionele gokkers gooiden hun gemarkeerde kaarten snel uit het raam om niet betrapt te worden.

Waarom is dit didactisch interessant?

Soms moet je de werkelijkheid een handje helpen. Simulaties zijn daarbij prima hulpmiddelen. Of het een rollenspel is, een vereenvoudigd model of een computergame of simulatie. Zeg het er wel bij, want sommige deelnemers kunnen het anders lastig vinden.

4 Verbanden leggen, oorzaak en gevolg

Ons brein snakt naar logica. Zo denken we al snel dat A de oorzaak is van B wanneer:

  • A voorafgaat aan B
  • B in de buurt van A plaatsvindt
  • A en B een statistisch verband met elkaar hebben.

Kijk maar eens naar het onderstaande – geniale – filmpje:

Waarom is dit didactisch interessant?

In tegenstelling tot de illusionist willen wij onze deelnemers graag helpen iets te begrijpen. Daarom doen we er goed aan om verbanden duidelijk te maken.

Maar we kunnen er ook voor zorgen dat we onze deelnemers kritisch laten denken.

Tot slot

Een goede illusionist maakt werk van zijn verschijning, heeft zorgvuldige gebaren gekozen en maakt zijn performance spannend. Hij maakt gebruik van voorwerpen (‘props’) en weet ons telkens te verrassen en te boeien. Het publiek heeft de volle aandacht. Als we alleen daar iets van zouden overnemen, zouden onze trainingen al een stuk aantrekkelijker worden.

Voel je vrij dit artikel te delen met anderen. Dat kan via een van de onderstaande knoppen.

Je reactie is ook zeer welkom, ik lees graag je mening of ervaring. En misschien heb jij wel een truc die je wilt delen met collega’s.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Laat een reactie achter